Actief versus passief in obligaties

//Actief versus passief in obligaties

Actief versus passief in obligaties

Volgens Morningstar, een toonaangevende leverancier van onafhankelijk beleggingsonderzoek, steken steeds meer beleggers hun geld in bedrijfsobligatiefondsen die passief de index volgen. In Europa kregen de ‘passieve’ bedrijfsobligatiefondsen er vorig jaar bijna € 5,76 miljard bij, de grootste instroom ooit.

Ondertussen haalden beleggers €337 miljoen weg uit de ‘actieve’ fondsen binnen deze categorie. De ‘actieve’ bedrijfsobligatiefondsen zijn echter, met een omvang van in totaal € 115 miljard, nog steeds de grootste in Europa.

Reden dat steeds meer beleggers hun geld in indexvolgende obligatiefondsen steken is blijkbaar de toenemende focus op de lopende kostenratio. Het tarief van een populaire indextracker in Europese bedrijfsobligaties is 0,20 procent, terwijl die kosten van een actief fonds uitkomt op zo’n 0,75 procent. Maar de kosten alleen zouden geen argument mogen zijn voor de keuze van een belegging, naar mijn mening.

Risicofactoren

Een belangrijk punt is als obligatiebelegger te kijken naar de risicofactoren. De rentegevoeligheid (duratie) van een obligatiebeleggingsfonds is de belangrijkste risicofactor. Een duratie van 7 bijvoorbeeld, betekent dat bij een rentestijging van 1 procentpunt de waarde van een obligatieportefeuille grofweg met 7 procent zal dalen.

Defensieve particuliere beleggers hebben bij beheerportefeuilles altijd te maken met beleggingen in obligaties, gemiddeld zo’n 70 procent. Het is dus zaak om goed te weten wat de risico’s zijn, voordat uw vermogensbeheerder in obligaties voor u gaat beleggen. Daarvoor ga ik aan de hand van een scenario verduidelijking scheppen voor mijn stelling dat actief obligatiebeheer risicoverminderend op een portefeuille werkt.

Het scenario is als volgt:

  1. Door monetaire verruiming stijgt de aanwezige geldhoeveelheid in Europa
  2. Een stijgende geldhoeveelheid geeft hogere aandelenkoersen
  3. Hogere aandelenkoersen brengen meer vertrouwen bij consument en bedrijven
  4. Hoger vertrouwen zorgt voor meer bestedingen en resulteert in meer groei
  5. Meer groei leidt tot een hogere inflatie, dit resulteert in een hoger renteniveau

Stel nu dat door bovenstaand scenario de 10-jaars rente oploopt van 0,4% naar 2% in 1 jaar. Daarnaast stijgen de aandelenkoersen met 10% (inclusief dividendrendement) in 1 jaar.

plaatje1

In een simpel model heeft dat de volgende gevolgen voor een beheerportefeuille van een passieve en actieve beheerder na 1 jaar. Voor beide beheerders zal de bijdrage aan rendement op het aandelendeel gelijk zijn met 3% (10% maal 30% weging). Bij het obligatiedeel zal in een defensief profiel een groot verschil ontstaan tussen een passieve beheerder en een actieve beheerder. Dit vloeit voort uit het duration verschil bij de vastrentende waarden en het verschil in aanvangsyield. Iedere passieve beheerder zal qua duration rond de 7 kunnen bewegen en qua yield ook rondom 1% uitkomen.

Alleen via actief beheer kan er met rentederivaten het risicovrije rentedeel worden afgedekt en toch langer lopende bedrijfsobligaties worden aangeschaft om te profiteren van de kredietspread. Bijkomend voordeel is dat dit type obligaties veelal wordt opgekocht in het QE-programma van de ECB. Spreads komen daardoor rustig aan maandelijks in. Hier profiteert een actief fonds van door minder te worden geraakt bij rentestijgingen door aantrekkende groei of toename van inflatie.

plaatje2

Door het genomen renterisico in de portefeuille bij een passieve beheerder ontstaat er een verlies in de totale portefeuille van 4,1% aan het einde van het scenario. Een stijging van 1,6% in de 10-jaars rente zorgt immers voor een negatieve bijdrage van -10,2% voor de 70% aan obligaties in de portefeuille. De stijging van de aandelenmarkten van 10% (inclusief dividendrendement) wordt daarmee volledig teniet gedaan. Juist terwijl je verwacht dat obligaties beschermend werken in een portefeuille is duidelijk zichtbaar dat deze passieve belegging juist risico toevoegt.

Bij een actief beheerde portefeuille waar de renterisico’s zijn afgedekt tot een duration van 1,5 zien we juist dat de obligaties wel positief bijdragen aan het totaalrendement. De 0,5% extra kosten over het obligatiedeel worden in dit scenario terugverdiend door het renterisico terug te brengen in de portefeuille.

Een voorbeeld van een actief bedrijfsobligatiefonds die de passieve benchmark ruimschoots verslaat qua rendement is het Fresh Fixed Income Fund van OHV Vermogensbeheer. Dit obligatiefonds heeft momenteel een duratie van 1,5 doordat het grootste gedeelte van het renterisico is afgedekt. Doelstelling is 3% netto rendement op jaarbasis. Dit betekent dat men een stuk minder geraakt wordt als de rente gaat stijgen. Deze actieve benadering van beleggen in bedrijfsobligaties heeft geresulteerd in een outperformance van 4 procent sinds 1 juli vorig jaar ten opzichte van de passieve benchmark.

Click hier voor de meest recente factsheet van het fonds

 

2017-03-07T11:17:20+00:00 maart 7th, 2017|berichten|