Hoezo, een omgekeerde rentecurve

Hoezo, een omgekeerde rentecurve

De wereld is veranderd. En dan heb ik het niet alleen over trends als kunstmatige intelligentie bijvoorbeeld, maar met name de financiële wereld is anders geworden.

Eén van de belangrijkste drijvende factoren hierbij zijn de centrale banken in de wereld. Centrale banken met hun ruime monetaire beleid hebben afgelopen jaren hoofdzakelijk de korte rente gestuurd. Door de officiële rentes te verlagen en honderden miljarden euro aan staatsleningen op te kopen is de rente op onze spaarrekeningen nagenoeg nul.

Een aantal jaren geleden was het nog ondenkbaar dat beleggers staatsobligaties zouden kopen met een negatief effectief rendement, maar dat is inmiddels gemeengoed.

Kortlopende leningen hebben doorgaans een lager rendement dan leningen voor langere looptijden. Dit komt met name doordat op korte termijn het inflatierisico beperkt is. Normaliter is bij de rentestructuur de kredietwaardigheid van de debiteur ook van belang. Indien het echter gaat om staatsleningen dan zal dit minder relevant zijn.

Inflatie

De vrees voor deflatie behoort inmiddels tot het verleden en het algemene prijspeil is nu weer aan het stijgen. We zien dan ook de Amerikaanse Fed de kortlopende rente heeft verhoogd naar een niveau van 1,75 tot 2 procent en de verwachting is dat dit kan oplopen naar een niveau van 2,5 procent aan het einde van dit jaar. Ook in Europa is de inflatie aan het oplopen, maar het zal hier nog wel een tijdje duren voordat de eerste renteverhoging een feit is.

Recessie

In deze gemuteerde financiële wereld gaan traditioneel economische modellen ook niet meer altijd op. Je leest de laatste tijd veel over de voorspelbaarheid van een inverse yieldcurve.

Als de rente op korlopend staatspapier hoger is dan die op langlopend papier ligt een recessie op de loer, is de veronderstelling.

Deze omgekeerde rentecurves hebben zich in het verleden meerdere keren voorgedaan, waarbij gemiddeld anderhalf jaar na zo’n situatie een zwakke periode begon.

Plausibele verklaring

In mijn optiek moet je nu juist meer met een rationele insteek kijken naar de vervlakking of mogelijke omkering van de Amerikaanse rentecurve.

De economie van de VS groeide het tweede kwartaal met 4,2 procent op jaarbasis, harder dan voorspeld. Door de belastingverlagingen van president Trump worden consumentenbestedingen en bedrijfsinvesteringen aangejaagd. Verder dragen hogere overheidsuitgaven en meer export bij aan de economische vooruitgang. Met die groei zit het voorlopig nog wel goed, tenzij het handelsconflict met China verder escaleert.

De Amerikaanse centrale bank aan de andere kant is haar balans aan het afbouwen. Tijdens de crisis is die balans met staats- en hypotheekobligaties opgepompt tot $4500 miljard. Dit gebeurt door een gedeelte van de opbrengsten van aflossende obligaties niet opnieuw te herbeleggen. Dit bedrag loopt kwartaalsgewijs op tot $50 miljard per maand als het programma op volle toeren draait.

Omdat er relatief veel kortlopende obligaties op de balans staan, is het logisch dat de korte rente nu sterker oploopt dan het lange deel. In de tijden waarin we nu leven, met in de VS eerst QE en nu kwantitatieve verkrapping, kun je naar mijn mening er veel minder waarde aan hechten als de rentecurve omkeert.

Deze column is 3 september jl. gepubliceerd op Fondsnieuws

2018-09-03T07:15:02+00:00september 3rd, 2018|berichten|